10 wijnmythes die niet kloppen


Iedere wijnliefhebber heeft er wel één gehoord. "Hoe ouder de wijn, hoe beter." "Schroefdoppen zijn alleen voor goedkope wijn." Of onze favoriet: "Rosé is gewoon rode en witte wijn door elkaar." Klinkt overtuigend, maar klopt het ook? We zetten tien bekende wijnmythes voor je op een rij en vertellen hoe het écht zit.
Over wijn gaan nogal wat verhalen rond. Sommige zijn handig, andere vooral hardnekkig. Tijd om tien bekende wijnmythes vriendelijk maar resoluut naar het rijk der fabelen te verwijzen.
1. Hoe ouder de wijn, hoe beter
Dit is misschien wel de bekendste wijnmythe. Oude wijn klinkt chic, maar lang niet iedere wijn wordt beter van jaren wachten. Veel wijnen zijn juist gemaakt om jong te drinken, wanneer het fruit fris en levendig is.
Een jonge witte wijn zoals een frisse Verdeca, Sauvignon Blanc of Albariño kan juist op zijn mooist zijn in de eerste jaren na de oogst. Wachten tot zo’n wijn “oud genoeg” is, is een beetje alsof je een verse croissant drie dagen bewaart omdat hij dan vast complexer wordt. Niet doen dus.
Wijnen met veel zuren, tannines, concentratie en balans kunnen prachtig rijpen. Denk aan grote Bordeaux, Barolo, Brunello, Riesling of Sauternes. Maar oud is niet automatisch beter. Goed bewaren, het juiste type wijn en het juiste drinkmoment zijn veel belangrijker.
2. Dure wijn smaakt altijd beter
Een hoge prijs kan veel redenen hebben: schaarste, beroemde naam, lage opbrengst, dure grond, handmatige oogst of hoge vraag. Maar dat betekent niet automatisch dat iedereen de wijn lekkerder vindt.
Soms geeft een wijn van twintig euro precies wat je zoekt: plezier, balans en doordrinkbaarheid. Terwijl een grote iconische wijn misschien indrukwekkend is, maar ook meer vraagt van het moment, het glas en het gerecht.
Een wijn als Cepa 21 Hito kan bijvoorbeeld heel veel drinkplezier geven zonder dat je eerst je spaarrekening hoeft te overleggen. En ja, dat is ook wat waard.
3. Rode wijn hoort bij vlees en witte wijn bij vis
Deze regel is handig als beginpunt, maar zeker geen wet. Het gaat bij wijn-spijs veel meer om structuur, vet, zuren, saus en bereiding dan om de kleur van de wijn.
Een lichte Pinot Noir kan prachtig zijn bij zalm, tonijn of eend. Een volle Chardonnay kan juist geweldig combineren met kalfsvlees, gevogelte of kreeft met botersaus.
Bij Grandcruwijnen adviseren we daarom liever op smaak en gerecht dan op alleen rood of wit. Anders zouden Italianen al eeuwen ruzie hebben over welke wijn bij pasta hoort. Al doen ze dat waarschijnlijk toch.
4. Schroefdop betekent goedkope wijn
Een schroefdop heeft nog steeds een wat eenvoudig imago, maar dat is niet terecht. In landen als Nieuw-Zeeland, Australië, Oostenrijk en Duitsland gebruiken ook serieuze producenten schroefdoppen.
Het grote voordeel: geen kurksmaak en vaak een mooie frisse stijl. Vooral aromatische witte wijnen en Rieslings doen het uitstekend onder schroefdop.
Een goede wijn wordt niet ineens minder goed omdat je geen kurkentrekker nodig hebt. Sterker nog: op vakantie, in de tuin of bij een picknick is het vooral heel praktisch.
5. Kurk is altijd beter
Kurk heeft charme. Het geluid, het ritueel, het gevoel. Maar kurk is niet heilig. Natuurlijke kurk kan kurksmaak geven en dat blijft zonde, zeker bij een mooie fles.
Voor sommige wijnen is kurk ideaal, vooral wanneer lange rijping gewenst is. Voor andere wijnen is een schroefdop of technische afsluiting juist een uitstekende keuze.
De afsluiting zegt dus niet alles over kwaliteit. Uiteindelijk gaat het om wat er in het glas zit. Niet om het kleine stukje boomschors erbovenop.
6. Een zware fles betekent betere wijn
Een zware fles voelt luxe. Dat klopt. Maar hij zegt weinig over de inhoud. Soms zit er geweldige wijn in een lichte fles en soms vooral veel marketing in een zware fles.
Steeds meer goede producenten kiezen bewust voor lichtere flessen, omdat dit beter is voor transport en milieu. Minder glas, minder gewicht, minder uitstoot.
Een zware fles kan mooi zijn op tafel, maar het blijft de wijn die moet overtuigen. Niet de biceps die je nodig hebt om hem in te schenken.
7. Rosé is gewoon rode en witte wijn door elkaar
Voor de meeste rosé klopt dit niet. Rosé wordt meestal gemaakt van blauwe druiven waarbij het sap kort contact heeft met de schillen. Daardoor krijgt de wijn zijn roze kleur.
De kleur zegt ook niet automatisch iets over de smaak. Een bleke rosé kan krachtig zijn en een donkerdere rosé juist elegant en droog.
Goede rosé is veel meer dan een terrasdrankje. Denk aan serieuze Provence rosé, gastronomische rosé uit Spanje of een rosé Champagne. Al geven we toe: op een terras smaakt hij vaak ook gewoon erg goed.
8. Je moet elke wijn karafferen
Karafferen kan een wijn helpen, maar het is geen standaardoplossing voor alles. Jonge, krachtige rode wijnen kunnen opener worden door zuurstof. Denk aan jonge Bordeaux, Ribera del Duero of Barolo.
Oude wijnen moet je juist voorzichtig behandelen. Die kunnen kwetsbaar zijn en soms sneller achteruitgaan door te veel zuurstof. In dat geval decanteer je vooral om bezinksel te scheiden.
Een frisse witte wijn, rosé of lichte rode wijn hoeft meestal helemaal niet in een karaf. Soms is inschenken in een goed glas al voldoende. Scheelt ook weer afwas.
9. Zoete wijn is minder serieus dan droge wijn
Dit is echt een misverstand. Enkele van de grootste wijnen ter wereld zijn zoet. Denk aan Sauternes, Tokaji Aszú, Duitse Auslese en Trockenbeerenauslese.
Het geheim zit in balans. Een goede zoete wijn heeft niet alleen suiker, maar ook zuren, spanning, aroma’s en lengte. Daardoor blijft de wijn fris en levendig.
Een mooie Sauternes bij blauwschimmelkaas of foie gras is allesbehalve simpel. Dat is eerder het soort combinatie waarbij iedereen aan tafel ineens stil wordt. En dat gebeurt niet vaak.
10. De hoogste score is altijd de beste wijn
Scores van Parker, Vinous, Decanter of James Suckling kunnen heel nuttig zijn. Ze geven richting en helpen bij het vergelijken van wijnen. Maar ze vervangen je eigen smaak niet.
Een wijn met 92 punten kan voor jou veel aantrekkelijker zijn dan een wijn met 99 punten. Misschien hou je meer van frisheid dan van kracht. Of van elegantie in plaats van concentratie.
Gebruik scores dus als gids, niet als wetboek. De beste wijn is uiteindelijk de wijn die past bij jouw smaak, jouw moment en jouw glas.
Conclusie: wijn is leuker zonder te veel regels
Wijn wordt vaak ingewikkelder gemaakt dan nodig is. Natuurlijk helpt kennis. Maar het mooiste blijft proeven, vergelijken en ontdekken wat je zelf lekker vindt.
Bij Grandcruwijnen helpen we graag met advies, of je nu zoekt naar een toegankelijke wijn voor vanavond, een mooie fles voor een diner of een wijn om jaren te bewaren.
Tip: twijfel je over serveertemperatuur, bewaarpotentieel of wijn-spijs? Neem gerust contact met ons op of kom langs in onze winkel in Dordrecht.